POUNDTHEGROUND

5 soorten zonnepanelen die je moet kennen

Deel

Gekopieerd

Op steeds meer daken verschijnen zonnepanelen. Welke soorten van deze panelen bestaan er zoal, waarin verschillen ze, wat zijn hun voordelen en nadelen en kun je misschien ook zien tegen welk type je aankijkt?

Monokristallijn

Twee bekende en veel toegepaste typen zonnepanelen zijn de monokristallijn en polykristallijn. Om met de eerste te beginnen, bij mono kristallijne zonnepanelen worden dunne plakjes silicium ingeklemd onder een glasplaat. Deze cellen hebben een uniforme diepblauwe of zwarte kleur, wat bijzonder fraai oogt. Doordat de hoeken van de cellen zijn afgeplat ontstaat wel een opvallend ruitjespatronen, omdat je op die plekken de witte achtergrond (backsheet) ziet.

Fraaier is het dan ook als er geen witte maar een zwarte achtergrond wordt gebruikt. Het volledige paneel is dan egaal donkergekleurd, zonder al die witte ruitjes en lijntjes tussen de cellen. Dit zogeheten all black of full black zonnepaneel absorbeert wel meer warmte, waardoor het rendement bij warm weer iets meer afneemt.

Dankzij het hoge rendement zijn monokristallijn zonnepanelen zeer geschikt voor kleine daken, of plekken met weinig ruimte in het algemeen. Behalve een lange levensduur van vaak wel vijfentwintig jaar, is ook het vermogensbehoud en dus het rendement al die tijd erg hoog. Vanwege het complexere productieproces zijn deze zonnepanelen duurder dan polykristallijn panelen, zeker als voor een bijpassend zwart frame wordt gekozen.

Polykristallijn

Polykristallijn zonnepanelen lijken veel op monokristallijn panelen, behalve dat deze cellen een opvallend blauwe kleur hebben die ditmaal niet egaal is. Op het oppervlak van de zonnecellen zijn duidelijk kleurverschillen te zien, het heeft veel weg van een patroon van gebroken scherven.

Ook nu gaat het om dunne plakjes silicium ingeklemd onder een glasplaat, alleen zijn deze via een eenvoudigere en dus goedkopere productietechniek gemaakt. Doordat poly kristallijne zonnepanelen een stuk goedkoper zijn dan monokristallijn panelen, worden ze vaak toegepast bij grote oppervlakken, net als wanneer het esthetische aspect minder zwaar weegt.

Het rendement van polykristallijn zonnepanelen is vrijwel altijd lager dan bij monokristallijn panelen, waardoor een groter oppervlak nodig is voor dezelfde stroomopbrengst. Levensduur en vermogensbehoud zijn wel ongeveer gelijk. Vaak wordt gezegd dat poly panelen beter werken bij direct zonlicht, terwijl mono panelen een beter rendement hebben bij indirect (diffuus) licht. Gezien ons klimaat kan het verschil op jaarbasis alsnog verwaarloosbaar zijn.

Glas-glas en glas-folie

Als we nog even kijken naar monokristallijn en polykristallijn, dan is daar nog een verder onderscheid te maken. Bij glas-folie zonnepanelen zitten de zonnecellen ingeklemd tussen een glasplaat (bovenzijde) en een laag folie (onderzijde). Deze folie is minder robuust en kan op den duur mogelijk worden aangetast onder invloed van bijvoorbeeld water(damp), vuil, of temperatuurverschillen. Ook tijdens het transport en de installatie is het oppassen geblazen om beschadigingen te voorkomen.

Glas-glas zonnepanelen zijn robuuster en slijtvaster, omdat de cellen ditmaal ingeklemd zitten tussen twee glasplaten. Dit moet een langere levensduur garanderen omdat het minder gevoelig is voor beschadigingen, vocht, vuil en weersomstandigheden. Ook de vermogensterugval op de lange duur moet lager zijn. Deze panelen zijn uiteraard een stuk zwaarder dan glas-folie panelen.

Dunne film

Een nieuw, opkomend type zonnepaneel is het dunne film of amorfe paneel. Waaronder de twee varianten CIS (Copper, Indium, Selenium) en CISG (Copper, Indium, Gallium, Selenium). Bij dit zonnepaneel wordt een zeer dunne laag lichtgevoelig materiaal op een vaste ondergrond aangebracht, je kunt dit paneel dan ook zien als één grote zonnecel. De panelen hebben een uniform zwarte kleur, waardoor ze er erg mooi en strak uitzien op het dak (vooral CISG). Ze lijken best veel op de all black uitvoering van monokristallijn, inclusief het zwarte frame.

Het gaat om een eenvoudige en ook milieuvriendelijkere (met name CIS) productietechniek, wat massaproductie sterk vereenvoudigt. Dat maakt dat deze zonnepanelen een stuk goedkoper zijn dan beide soorten kristallijne panelen. Daarnaast zijn dunne film panelen minder gevoelig voor warmte en schaduw.

Al met al hebben we het dan nog steeds over een relatief laag rendement, waardoor flink meer dakoppervlak nodig is voor een vergelijkbare opbrengst. Ook de levensduur is met vijftien tot twintig jaar korter dan bij monokristallijn en polykristallijn. Verder bestaat er nog een flexibele variant van dunne film die ideaal is voor gebogen en andere niet-vlakke oppervlakken.

Overige varianten

Er zijn nog meer paneelsoorten waar je als installateur mee te maken kunt krijgen. We noemen er een paar.

Over PVT-panelen, waarmee zowel energie als warmte wordt opgewekt, lees je alles in een apart artikel. Een heel andere optie zijn de gekleurde zonnepanelen, bijvoorbeeld in rood of bruin, passend bij de kleur van het dak of de dakpannen. De opbrengst is dankzij dit kleurtje wel lager.

Verder zijn geïntegreerde zonnepanelen mogelijk, waarbij de panelen naadloos in de dakconstructie worden verwerkt, of de zonnecellen zelfs in de dakpannen zelf zijn geïntegreerd. Een prachtig gezicht en minder gewicht, wel een ingrijpende operatie en een stuk duurder.

Of wat te denken van dummy zonnepanelen die dus helemaal geen zonnepanelen zijn. Ze wekken zelf geen stroom op, je gebruikt ze alleen om een mooi patroon op het dak te maken. Denk aan restplekken waar net geen zonnepaneel inpast, of plekken met alleen schaduw.

Zonnepanelen die aan beide zijden licht omzetten in energie bestaan ook. In dat geval wordt aan de onderzijde indirect licht opgevangen dat via het (liefst) lichtgekleurde dak wordt gereflecteerd. Dan zijn er nog de transparante en daardoor zeer onopvallende zonnepanelen. Ze laten enorm veel licht door, waardoor ze ideaal zijn als raam, gevelpaneel, voor op een serre, carpoort, of als overkapping.

Gerelateerde artikelen