Twee talen, één opgave

Auteur zonder afbeelding icoon
bouweninstallatiehub
27 mei 2026
4 min

‘Overheden: omarm MiniBIM’ schrijft programmamanager Smart City Alkmaar Niek Jan Johan Hendriks in een betoog op platform Stadszaken na een gesprek met de auteur van deze rubriek Pims digitale doolhof. Pim zou Pim niet zijn, als hij daar vervolgens ook niet op zou reageren: “Mooie oproep Niek, maar vergeet MiniGIM niet.” 

Niek raakt in zijn column een gevoelige snaar. Daar ben ik hem dankbaar voor. Want hij benoemt iets wat veel mensen in de bouw- en ontwikkelwereld dagelijks ervaren: we praten ons suf over versnelling, samenwerking en digitalisering, maar organiseren in de praktijk nog vaak precies het tegenovergestelde. We produceren stapels documenten, voegen interpretatielagen toe, bouwen extra processtappen in en noemen dat vervolgens zorgvuldigheid. Ondertussen wachten de woningzoekende, de ambtenaar, de ontwikkelaar en de afnemer allemaal op hetzelfde: duidelijkheid.

Dus laat ik met het belangrijkste beginnen: de kern van Niek zijn boodschap onderschrijf ik volledig. We hebben in Nederland een veel grotere behoefte aan gedeelde besluitvorming op basis van objectief toetsbare informatie. Minder praten óver samenwerking, meer werken ín samenhang.

Tegelijkertijd helpt het om één belangrijk onderscheid scherper te maken. In deze discussie lopen namelijk twee standaarden dicht langs elkaar heen: MiniBIM en MiniGIM. Dat is niet gek. Ze liggen in elkaars verlengde, raken elkaar in de keten en gaan allebei over digitalisering als gemeenschappelijke taal. Maar ze doen niet hetzelfde.

Geen pril experiment

MiniBIM is in de kern de taal van de projectontwikkeling. Daar zitten de ontwikkelaar en de uiteindelijke afnemer aan tafel. Denk aan woningcorporaties, beleggers of particuliere kopers. Het gaat dan over de informatie die nodig is om projecten objectief te beoordelen, te ontwikkelen en te sturen. Niet alleen op vorm of gevoel, maar op oppervlakte, programma, haalbaarheid, betaalbaarheid, doelgroepen, prestaties en in toenemende mate ook op onderdelen van toetsing. Juist daarom kunnen collega’s aan gemeentelijke zijde, bijvoorbeeld in vergunningentrajecten, ook degelijk iets hebben aan MiniBIM. Een deel van de informatie helpt immers bij de omgevingsplantoets en de technische toets.

MiniBIM is bovendien bepaald geen pril experiment meer. Het is al jaren in gebruik, inhoudelijk afgestemd met de branchevereniging van woningcorporaties en sluit ook aan op de informatievragen die corporaties nodig hebben voor hun portefeuillesturing en rapportages. Er hebben ruim zeventig architectenbureaus inhoudelijk op gereageerd en inmiddels is ook vanuit de wereld van beleggers zichtbaar enthousiasme ontstaan. Dat betekent dat wij ons eerlijk gezegd niet veel zorgen maken over de doorontwikkeling van MiniBIM. Die basis staat. Niet af, maar wel volwassen. De grotere uitdaging zie ik op een ander vlak: MiniGIM.

Want waar MiniBIM vooral de taal is tussen ontwikkelaar en afnemer in projectontwikkeling, is MiniGIM veel meer de taal tussen gebiedsontwikkelaar en gemeente. Dáár gaat het over beleid, gebiedsafwegingen, omgevingsinformatie, randvoorwaarden, ambities en de vraag hoe je die objectief toetsbaar maakt. Daar zit ook de echte systeemuitdaging voor overheden. Niet alleen in de vraag of je digitale modellen wilt ontvangen, maar vooral in de vraag of je beleid zó kunt formuleren dat het zich ook laat vertalen naar consistente, herhaalbare en meetbare besluitvorming.

Tweeledige oproep

En daar wordt het spannend. Want zolang beleid vooral bestaat uit teksten die slim klinken maar moeilijk toetsbaar zijn, blijft elke ontwikkeling opnieuw een debat. Dan krijgen we geen versnelling, maar een estafette van interpretaties. MiniGIM helpt juist om die voorkant van de keten scherper te maken. Niet om beleid te versimpelen, maar om het beter hanteerbaar te maken. Zodat een gemeente niet alleen ambities heeft, maar ook een taal om die ambities consequent toe te passen.

Daarom is mijn oproep aan gemeenten ook tweeledig. Doe mee met MiniBIM, omdat daar al een volwassen projecttaal ligt die helpt om slimmer samen te werken, beter te toetsen en eenduidiger informatie uit te wisselen. Maar verdiep je vooral ook in MiniGIM, omdat daar misschien wel de grootste winst zit: beleid en gebiedsontwikkeling vertalen naar objectief toetsbare kaders waar de hele keten iets aan heeft.

Eindhoven en Rotterdam

Het mooie is: je ziet al dat verschillende steden hiermee bezig zijn. Niek is daar zelf een goed voorbeeld van, maar ook steden als Rotterdam en Eindhoven laten zien dat deze beweging leeft. Dat is hoopgevend. Want dit lukt alleen als we de krachten bundelen. Geen tien steden met tien waarheden, maar een groeiende consensus over een uniforme manier van werken. Niet omdat uniformiteit leuk is, maar omdat de maatschappelijke opgave te groot is geworden voor lokale improvisatie als standaardmodel.

Digitalisering is dan ook niet het doel. Het is het middel waarmee we samenwerking kunnen opschalen, schaarste kunnen opvangen en kwaliteit beter bespreekbaar én toetsbaar kunnen maken. Als we die stap samen zetten, dan helpt digitalisering niet alleen de markt, niet alleen de overheid, maar uiteindelijk vooral de mensen voor wie we dit allemaal doen.

En dat is misschien wel de kortste samenvatting van het hele verhaal:

MiniBIM helpt ons beter projecten maken.

MiniGIM helpt ons beter gebieden en beleid organiseren.

En alleen als beide talen meedoen, krijgt ketenintegratie echt een kans.

Lees hier meer afleveringen uit Pims digitale doolhof

 
Logo Bouw en Installatie Hub
Dit is een artikel van Bouw en Installatie Hub. Wil je op de hoogte blijven van al het nieuws uit de bouw- en installatiesector? Neem dan een kijkje op de hub en meld je aan voor de online community.