Water, warmte, zon en elektra komen samen in één slim systeem. Dat geeft installateurs meer invloed dan ooit. Wie investeert in samenwerking, scholing en digitale kennis, kan uitgroeien tot regisseur van de gebouwde omgeving.
Wie naar de installatiesector kijkt, ziet vooral kansen. Woningen moeten van het gas, gebouwen worden slimmer en zowel elektriciteit als drinkwater vraagt om bewuster gebruik. De installateur komt daardoor eerder aan tafel en blijft langer betrokken: van ontwerp en advies tot monitoring en onderhoud.
Niet zonder haperingen
Die ontwikkeling verloopt niet zonder haperingen. De warmtepompmarkt kromp in 2024 met 30 procent, nadat bedrijven juist hadden geïnvesteerd in groei. Vereniging Warmtepompen wijst op wisselend overheidsbeleid als belangrijke oorzaak. Ook de zonnemarkt verandert. Holland Solar verwachtte voor 2025 2,08 gigawattpiek nieuwe capaciteit, het laagste niveau sinds 2020. Het einde van salderen, negatieve stroomprijzen en netcongestie maken de losse verkoop van panelen minder aantrekkelijk. Daarnaast oefenen de huidige geopolitieke strubbelingen ook het nodige aan invloed uit.
Maar precies daarin schuilt de kans: de markt verschuift van zoveel mogelijk apparaten plaatsen naar zoveel mogelijk waarde creëren.
Van installateur naar systeemregisseur
Een paneel, warmtepomp of batterij is niet langer het eindproduct; de samenhang bepaalt het rendement. Opwek, warmte, opslag, laadpunten en verbruik moeten reageren op energieprijzen en beschikbare netcapaciteit. Werktuigbouw en elektrotechniek groeien daardoor steeds verder naar elkaar toe.
Techniek Nederland-voorzitter Mark Harbers noemde de installateur tijdens de opening van VSK+E dit jaar, een ‘energieregisseur’. Wijnand van Hooff van Holland Solar spreekt over een verschuiving van maximale productie naar flexibiliteit en slim gebruik. Dat zijn meer dan modieuze termen. Installateurs die verbruiksprofielen begrijpen, regeltechniek beheersen en klanten goed kunnen adviseren, voegen aanzienlijk meer waarde toe dan bedrijven die uitsluitend toestellen monteren.
Water wordt de volgende grote kans
Bij sanitair voltrekt zich een vergelijkbare omslag. In juli sprak Rijkswaterstaat van een feitelijk watertekort. Huishoudens gebruiken gemiddeld circa 118 liter drinkwater per persoon per dag; het overheidsdoel is 100 liter. Watertechnisch expert Eric van der Blom pleit daarom voor een ‘drinkwatertransitie’, met waterzuinige douches, lekdetectie en veilig hergebruik van regen- en grijswater.
Nieuwe markten openen zich
Voor installatiebedrijven opent dat een nieuwe markt. Zij kunnen waterbesparing dezelfde vanzelfsprekendheid geven als energiezuinigheid. Daarbij blijft gedegen vakmanschap essentieel: verkeerde verbindingen tussen drinkwater en alternatieve watersystemen kunnen gezondheidsrisico’s veroorzaken. Veilig ontwerpen, installeren en onderhouden wordt dus waardevoller, niet minder belangrijk.
Koplopers maken innovatie praktisch
De interessantste vernieuwers laten zien dat innovatie niet uitsluitend om hardware draait. Comfort Partners won de Innovatie Pionier 2026 met Lotte, een AI-assistent die binnen een maand een kwart van de servicemeldingen afhandelde. Breman experimenteert met een humanoïde robot voor zwaar en repeterend werk. Kuijpers renoveert kantoren met maximaal behoud van bestaande installaties en dynamische software. TNO’er Arjen Adriaanse prees vooral de praktische schaalbaarheid van zulke oplossingen.
Ook de tegenstelling tussen de oude garde en jonge honden kan productief zijn. Ervaren monteurs herkennen geluiden, slijtage en onveilige situaties die geen dashboard volledig vangt. Jongeren bewegen vaak vanzelfsprekender tussen apps, data en gekoppelde systemen. Breng die kwaliteiten bij elkaar en ervaring wordt geen kennis die verdwijnt, maar een fundament waarop sneller kan worden vernieuwd.
Leren is een onderdeel van het werk
De vorig jaar gepubliceerde arbeidsmarktprognose van Wij Techniek onderstreept de omvang van de opgave én de kans. Tot 2029 zijn 121.000 nieuwe mensen nodig om groei én de uitstroom van 118.000 medewerkers op te vangen. Zeventig procent zal via zijinstroom moeten komen. Tegelijk verlaat bijna de helft van de werknemers onder 25 de branche binnen een jaar.
Daar ligt een duidelijke opdracht voor werkgevers: niet alleen mensen werven, maar ze perspectief bieden. Vaste begeleiding, veilige teams, zichtbare loopbaanpaden en leren tijdens werktijd maken het verschil. De Lomans Academy laat zien hoe dat kan: jongeren en zijinstromers combineren mbo-onderwijs met praktijk en een vaste begeleider, terwijl ook praktijkopleiders terugkeren naar de schoolbanken.
Voor opleidingen ligt dezelfde kans. Leid niet op voor één toestel of discipline, maar voor systeemdenken: elektrotechniek én werktuigbouw, waterveiligheid, digitale besturing, klantadvies en foutdiagnose. De toekomst vraagt niet om één installateur die alles kan, maar om teams die kennis verbinden. Juist daardoor kan de sector uitgroeien tot een van de meest bepalende krachten achter de duurzame gebouwde omgeving.