Bouw zoekt personeel, maar ziet grote groep over het hoofd: ‘Van statushouder tot iemand die herstelt van psychische klachten’

Auteur zonder afbeelding icoon
bouweninstallatiehub
02 november 2026
5 min

Industrialisatie levert andere banen op in de bouw. Dat biedt kansen voor nieuwe doelgroepen, zoals statushouders, mensen die herstellen van psychische problemen of jongeren die beter leren in de praktijk dan in een leslokaal. Organisaties in de bouw maken een vuist en tonen hun sociale gezicht. Een hartverwarmend verhaal.  

Van regen naar comfort. Van techniek naar plug and play. Waar werkzaamheden voorheen grotendeels op de bouwplaats plaatsvonden, verschuift een groeiend deel naar fabrieken en werkplaatsen. Daar worden bouwprocessen opgeknipt in kleinere, vaak repeterende handelingen. Dat biedt kansen voor mensen die extra begeleiding nodig hebben, signaleert Esmé Rijs, directeur van Cedris, een organisatie die ongeveer honderd werkontwikkelbedrijven vertegenwoordigt.

“Door het werkproces in stukken te verdelen en steeds meer werkzaamheden in een beschutte omgeving plaatsvinden, wordt het makkelijker om mensen vanuit werkontwikkelbedrijven in te zetten”, zegt Rijs.

Schapen met vijf poten

Werkontwikkelbedrijven begeleiden mensen die ondersteuning nodig hebben bij het vinden en behouden van passend werk. Zij werken oorspronkelijk veel samen met bedrijven die actief zijn in sectoren zoals de groenvoorziening, de logistiek en horeca. In de bouw is die samenwerking nog minder vanzelfsprekend, terwijl deze sector wel met een hardnekkig personeelstekort kampt. Om die reden trekt Rijs nu op met verschillende organisaties uit de bouwsector om de kansen van werkontwikkelbedrijven niet onbenut te laten.

Volgens Rijs vraagt de samenwerking wel om een andere kijk op de organisatie van werkzaamheden. Door werkzaamheden anders te organiseren, kunnen bouwbedrijven een groep potentiële werknemers bereiken die nu vaak buiten beeld blijft. “De bouwwereld is welwillend, maar ook nog behoorlijk traditioneel georganiseerd. We doen het werk al heel lang op dezelfde manier, met mensen die eigenlijk alles moeten kunnen. Maar die schapen met vijf poten zijn er gewoon niet meer.”

Om samenwerking tussen bouw en werkontwikkelbedrijven te stimuleren, ondertekenden Cedris en de cao-partijen Bouw & Infra op 20 oktober een intentieverklaring. De partijen willen bestaande praktijkvoorbeelden breder delen en nieuwe pilots opzetten. Onder meer met Van Miltenburg Groep in Utrecht wordt een samenwerking verkend. In Rotterdam wordt gekeken naar mogelijkheden om statushouders richting werk in de bouw te begeleiden.

Niet de werknemer, maar het werk aanpassen

De mogelijkheden gaan verder dan de relatief eenvoudige productiehandelingen in de industriële bouw. Volgens Leendert Bos, programmamanager innovatie bij Cedris, onderschatten werkgevers regelmatig wat mensen met een ondersteuningsbehoefte kunnen, zeker in combinatie met moderne technologie.

“Technologische hulpmiddelen kunnen daarbij een belangrijke rol spelen”, legt Bos uit. “Denk aan digitale werkinstructies, vertaalapparatuur, robotarmen en exoskeletten. Met visuele aanwijzingen kunnen ook werknemers die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen of moeite hebben met geschreven instructies, werkzaamheden uitvoeren. Wij werken bijvoorbeeld met systemen die werkstappen projecteren op een werktafel. Vervolgens laten we bepaalde stappen weg en blijkt dat mensen ook veel complexere werkzaamheden zelfstandig kunnen uitvoeren.”

Daarnaast is deze doelgroep heel divers. Vaak wordt al snel gedacht aan mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, maar het gaat daarnaast ook om statushouders, mensen die herstellen van psychische problemen of jongeren die beter leren in de praktijk dan in een klaslokaal.

Bos noemt het voorbeeld van statushouders die in hun land van herkomst al als timmerman werkten. “Die mensen hebben de vakvaardigheden en ervaring soms al, maar moeten nog leren hoe het in Nederland werkt. Door taalonderwijs en werk te combineren, kunnen ze veel sneller aan de slag.”

Begeleiding blijft struikelblok

Toch vraagt de inzet van deze groep werknemers om aanpassingen. Bouwbedrijven moeten bereid zijn werkzaamheden anders in te richten en tijd te investeren in begeleiding. Juist dat laatste vormt in een sector met hoge werkdruk en een al krappe bezetting een obstakel “Vroeger had je veel meer het leerling-gezelprincipe”, vertelt Bos. “Ervaren medewerkers begeleidden nieuwe mensen. Tegenwoordig worden ook die vakmensen volledig ingezet in het primaire proces. Dan is de vraag: wie gaat deze mensen begeleiden?”

Volgens Rijs kunnen werkontwikkelbedrijven daarin een belangrijke rol vervullen. Zij beschikken over ervaring met jobcoaching en werkbegeleiding en kunnen werkgevers helpen bij het aanpassen van werkprocessen. “Bedrijven zeggen regelmatig dat ze wel willen, maar niet weten hoe ze deze mensen moeten begeleiden of daar simpelweg geen capaciteit voor hebben. Juist daar kunnen wij ondersteuning bieden.”

Ook kansen in circulair bouwen

Naast prefabproductie ziet Cedris kansen in circulair bouwen. Het demonteren, sorteren, bewerken en opnieuw geschikt maken van gebruikte bouwmaterialen vraagt om arbeidskracht en biedt mogelijkheden om werkzaamheden op te delen.

Bos wijst op een project waarbij werkontwikkelbedrijf Empatec betrokken is bij de herbestemming van bouwmaterialen uit een voormalig ABN AMRO-kantoor. “Bij circulariteit gaat het om materialen die worden geoogst en vervolgens een nieuwe functie krijgen. Daar liggen kansen voor onze bedrijven. Daarnaast liggen er ook kansen om deelopdrachten uit te besteden bij werkontwikkelbedrijven, bijvoorbeeld onderdelen voor prefabwoningen zoals dakkappelen.”

Van tijdelijke inzet naar duurzaam werk

Een belangrijk aandachtspunt is dat de samenwerking niet blijft steken in tijdelijke arbeidsplaatsen. Volgens Bos moet ook het huidige beleid rond Social Return on Investment (SROI) meer gericht worden op duurzame ontwikkeling. “We willen af van situaties waarin iemand zes maanden bij een bouwbedrijf eenvoudig, tijdelijk werk doet. Gebruik die periode liever om vakvaardigheden aan te leren of een diploma te behalen, zodat de kans op een dienstverband veel groter wordt.”

Concrete doelstellingen voor het aantal nieuwe arbeidsplaatsen zijn nog niet vastgelegd. Wel willen de betrokken partijen succesvolle initiatieven uitbreiden en nieuwe samenwerkingen opzetten. Voor Rijs is het uiteindelijke doel duidelijk: meer mensen duurzaam aan het werk helpen, terwijl bouwbedrijven hun beschikbare capaciteit vergroten.

Daarvoor moet de sector volgens haar vooral bereid zijn anders naar werknemers én werkzaamheden te kijken. “Je moet laten zien dát het werkt en hóe het werkt. Uiteindelijk moet het voor bouwbedrijven heel vanzelfsprekend worden om op deze manier samen te werken.”

Reageren?
Wil je reageren op dit verhaal? Stuur dan een mailtje naar hoofdredacteur Thomas van Belzen via Thomas.van.belzen@jaarbeurs.nl

 

 
Logo Bouw en Installatie Hub
Dit is een artikel van Bouw en Installatie Hub. Wil je op de hoogte blijven van al het nieuws uit de bouw- en installatiesector? Neem dan een kijkje op de hub en meld je aan voor de online community.
↗